auteur: Max Bruinsma

Aan de hand van een voorstel van Hans van Houwelingen voor een kunstwerk aan de Zuidas in Amsterdam schetst Max Bruinsma de paradoxale situatie waarin de kunst in de openbare ruimte terecht is gekomen. Enerzijds vindt de opdrachtgever dat de kunst niet te veel weerstand mag oproepen bij de gebruikers en waarnemers, anderzijds wordt van een kunstwerk juist verlangd dat het betekenisvol is en dat het de leefomgeving verbetert. Zolang echter de kunst zelf ter discussie wordt gesteld en niet de bestaande politieke en economische condities waarin de kunstwerken tot stand moeten komen, zijn veel werken gedoemd te mislukken. Door de macht anders te organiseren wordt het opdrachtgeverschap voor de kunst aan de Zuid-as misschien een uitzondering op de regel.