kunstenaar: Christoph Seyferth, Mario Rizzi, Dick Tuinder, Rijke/ De Rooy , de, Christiaan Bastiaans, Erik van Lieshout, Berend Strik, Alwine van Heemstra, David Bade, Ellen Ligteringen, Roy Villevoye, Fransje Killaars
locatie: Psychiatrische kliniek Willem Arnstz Hoeve,
opdrachtgever: Psychiatrische kliniek Willem Arnstz Hoeve
Wegens inkrimping moesten bij de psychiatrische kliniek de Willem Arnsthoeve een aantal paviljoens met een kenmerkende architectuur worden afgestoten. Tegelijkertijd werd gezocht naar een middel om de maatschappij dichter bij de inrichting te brengen en het geïsoleerde karakter van het terrein te doorbreken. Door het voormalige Praktijkbureau en Altrecht, toendertijd nog HC Rümkegroep, werd voorgesteld om het uit de jaren dertig daterende paviljoen ‘Het heuveltje’ te behouden en hier een nieuwe bestemming voor te vinden. Vormgever Christoph Seyferth werd gevraagd het paviljoen te verbouwen en in te richten als kunstenaarsverblijf. Het project kreeg de titel Het Vijfde Seizoen, naar een verhaal van Kurt Tucholsky.
Diverse kunstenaars
Het Vijfde Seizoen
Tien kunstenaars hebben inmiddels in Het Vijfde Seizoen gewoond en gewerkt. Het is een inspirerende plek en een extreme ervaring. De grenzen tussen ziek en niet ziek lijken soms weggevallen voor de kunstenaar én de patiënten. Opmerkelijk is hoe elke kunstenaar steeds zijn eigen invalshoek kiest en de psychiatrie vanuit een volledig persoonlijk gezichtspunt benadert.
Lente / zomer 1998

Ontwerper Christoph Seyferth was de eerste gast in Het Vijfde Seizoen. Hij kreeg de opdracht een atelier annex leefruimte te ontwerpen en het paviljoen een ander aanzien te geven, zodat het zich van binnen en van buiten zou onderscheiden van de kliniek. Onder de titel Spartaanse Luxe verbouwde hij het paviljoen en ontwierp een serie mobiele meubels. Afgezien van het bed en een schommel, die is opgehangen in één van de kamers, zijn alle meubelen verrijdbaar, zelfs de enorme lichtblauwe badkuip. Hierdoor kan iedere kunstenaar zelf bepalen welke ruimte voor welk doel wordt bestemd. Het uitgesproken ontwerp van Seyferth vormt een visueel contrast met de eenvormigheid van de andere paviljoens met hun identieke, ietwat saaie inrichting en maakt het verblijf tot een bijzondere, allesbehalve Spartaanse ervaring.
Herfst 1998

De Italiaan Mario Rizzi werkt voornamelijk met fotografie. Voor zijn project werkte hij samen met patiënten van de Roosenburg, de enige gesloten afdeling van de Willem Arntsz Hoeve. Rizzi deelde meer dan tweehonderd wegwerpcamera's uit aan deze patiënten. Over zijn project zegt hij: "Ze konden zichzelf vrijelijk uiten door middel van fotografische beelden. De kunst stelde hen in staat om een dialoog met de buitenwereld aan te gaan, om zichzelf niet te presenteren als een bedreigende aanwezigheid, maar als mensen in hun eigen huis. Hun leven en hun emoties komen uit hun beelden naar voren. Ik was zowel vormgever als katalysator van een creatieve ervaring. Ik denk dat in deze maanden vol ontmoetingen de patiënten en ik dichter bij elkaar zijn gekomen en door de angst en afkeer van de mensen zijn gebroken. De patiënten waren zich terdege bewust van het feit dat ze kunst maakten en dat ze met hun beelden het publiek konden uitnodigen om hun leven onbevooroordeeld te bekijken." In nauwe samenspraak met deze ad hoc-fotografen stelde Rizzi het boek They tell me I am sick but I function good samen met hun foto's. Daarnaast maakte hij in Het Vijfde Seizoen de tentoonstelling 'US', met zelfportretten van de patiënten. Deze tentoonstelling was in juni 2000 te zien in The Cheerful House, Oulun, Finland.
Lente / Zomer 1999

Dick Tuinder had zich voorgenomen om in de vijf ruimtes van Het Vijfde Seizoen te werken met vijf verschillende disciplines. Tijdens zijn verblijf in Den Dolder viel hem op dat zijn idee van schoonheid totaal niet strookte met dat van de patiënten. Door zichzelf te benoemen als 'schoonheidsspecialist' koos hij voor een ironische confrontatie, maar hierop werd nauwelijks gereageerd. Daarop richtte hij zijn aandacht op het proces van verrotting en dood in het bos, schreef gedichten, maakte tekeningen en zocht naar de verbeelding van 'waan en zin' door maskers te tekenen. Over deze onderwerpen hield hij gesprekken met patiënten, die beschreven worden in zijn boek 'Heimwee naar de Oersoep', geschreven tijdens zijn verblijf in Het Vijfde Seizoen. Daarnaast gaf hij voor de bewoners van de kliniek een nieuwe huiskrant uit, de Rümke Gazette. Tuinder sloot zijn verblijf af met een tentoonstelling.
Winter / Lente 1999 - 2000

Het kunstenaarsduo De Rijke en De Rooy schreef tijdens hun verblijf vijf scripts voor korte films. Hoewel deze niet letterlijk gaan over hun ervaringen in de inrichting, beschouwen zij deze films wel als een direct gevolg hiervan. Ze zijn onlosmakelijk verbonden met hun verblijf op de Willem Arntsz Hoeve en de indrukken die ze daar hebben opgedaan. Ontmoetingen met bewoners van de inrichting namen een bijzondere plaats in. "Aanvankelijk voelden we wat schroom om zonder specifieke reden 'binnen te dringen' in de verschillende paviljoens. Gelukkig waren sommige bewoners minder verlegen dan wij: zij kwamen gewoon bij ons langs om te kijken wat we deden. Ook in de kantine of tijdens 'Dennendaldienst' kwamen we op een ongedwongen manier met patiënten in contact. Het waren indrukwekkende ontmoetingen die ons met tegenstrijdige gevoelens achterlieten."
Aansluitend op het verblijf in Het Vijfde Seizoen vertrokken zij naar Jakarta om een script te verfilmen. Het resultaat was 'Bantar Gebang', een 16 mm film, opgenomen op de centrale vuilstortplaats in Jakarta. Het is een film over kijken en bekeken worden, over de grenzen van privacy en over de onmogelijkheid van een oordeel. De films worden in Het Vijfde Seizoen vertoond en zijn te zien op www.smba.nl/shows/56/56.htm.
Zomer/herfst 1999

Ook het gezin Fransje Killaars en Roy Villevoye met hun dochtertje Céline verbleef op het terrein van de Willem Arntsz Hoeve. Villevoye's projecten worden bepaald door zijn bezoeken aan het Asmatgebied in Nieuw-Guinea. De bewoners van Asmat hechten een grote ceremoniële en emotionele betekenis aan bomen, waar zij prachtige beelden uit hakken. Villevoye onderkent de therapeutische betekenis die kan worden ontleend aan het bewerken van hout: het kerven van je naam, het kerven van tekens die een hoogstpersoonlijke of juist universele betekenis hebben. Hij vroeg een aantal patiënten om in bomen die zich op het terrein bevinden tekens te kerven. Villevoye documenteerde dit project in een boek getiteld Kerven * . Er ontstond commotie over de verminking van de bomen en veertig protestbrieven bereikten de directie. Zo kwam de maatschappij op onverwachte wijze binnen.

Fransje Killaars raakte gefascineerd door de enorme rookverslaving van veel patiënten en begeleiders. Zij vroeg hun alle sigarettenpeuken te bewaren en aan haar af te staan. Van de duizenden peuken reeg zij samen met hen een groot gordijn als collectief kunstwerk. Een werk dat voor haar symbolisch is voor het kleine stukje vrijheid van de patiënten: het laatste stukje verlangen om weg te dromen uit de dagelijkse, zieke realiteit. Het 'gordijn' werd in Het Vijfde Seizoen tentoongesteld en begin 2001 werd het buiten de kliniek in Galerie De Expeditie in Amsterdam gepresenteerd.
Herfst 2000
Ellen Ligteringen maakte in nauwe samenwerking met een aantal patiënten een website.

David Bade kwam in mei 2002 terug naar Het Vijfde Seizoen om een workshopproject voor 'seizoensarbeiders' in het bos op het terrein van de Willem Arntsz Hoeve te houden. In samenwerking met tien patiënten en tien studenten uit Bremen, de Aki in Enschede, het Sandberg Instituut in Amsterdam en de Academie van Maastricht wilde hij 'Het Robin Hood Fitness Center/Fuck Nature, veggies und Cannabis' realiseren. Hij wil daadwerkelijk apparaten, vehikels en beelden bouwen die benut kunnen worden om de fitheid te trainen 'im Wald', waarmee een soort uit de hand gelopen trimbaan ontstaat.
Winter 2000 / 2001

Christiaan Bastiaans is sinds enige jaren bezig met het project Hurt Models , waarvoor hij onder andere kindsoldaten uit Sierra Leone ontmoette. De rode draad hierin is het gevoel van ontheemding en het verlies van thuis. Deze thematiek sluit aan bij de problematiek in een psychiatrische inrichting. Voor Het Vijfde seizoen ontwikkelde Bastiaans de performance Real Lear gebaseerd op Shakespeares King Lear . In individuele ontmoetingen met Bastiaans lazen de patiënten hieruit fragmenten voor, die op geluidstapes werden opgenomen. Ook teksten, die de patiënten zelf als reactie op de diverse personages uit het stuk spontaan uitspraken, werden opgenomen. Hiervan werd een geluidstape gemonteerd die tijdens de performance werd afgespeeld. Aan de hand van deze tekst en gesprekken met de patiënten over de kostuums van hun personages, maakte Bastiaans zogenaamde Clothing Sculptures , alsmede fotowerken die als decor fungeerden.
Voorjaar 2001

Voor Erik van Lieshout was het een bijzondere ervaring weer terug te zijn in een psychiatrische inrichting, waar hij ooit als activiteitenbegeleider werkzaam was. Omdat hij het erg stil vond op het terrein van de kliniek, besloot hij een geluidswagen te maken, een zogenaamde hip-hop auto. Bij een sloperij in Den Dolder kocht hij een tweedehands auto. Hij sloopte de deuren, de motorklep en de achterklep eraf en maakte hier twee enorme loudspeakers van die hij op het dak van de onttakelde auto monteerde. Met deze 'sculptuur' reed hij over het terrein van de kliniek, terwijl er keiharde hip-hop muziek uit de speakers schalde. Zoals Van Lieshout zegt: "ze kunnen wel een beetje muziek gebruiken." Op elke hoek stond wel een patiënt die graag mee wilde rijden. De wildste types gingen mee en namen weer vrienden mee. Tijdens zijn presentatie werd de auto omgebouwd tot bar annex geluidsinstallatie en werd er tot diep in de nacht gedanst. De auto was in april 2002 te zien in de tentoonstelling Naughty by nature, not 'cause I hate you in het Groninger Museum.
Winter 2001/2002

Alwine van Heemstra schreef al in de eerste week van haar verblijf het scenario voor een videodocumentaire over de perikelen die zich af zouden spelen rond de verplaatsing van de oecumenische kapel van de kliniek. Door haar toedoen werd Het Vijfde Seizoen een ontmoetingsplaats voor veel patiënten en gasten van Alwine van Heemstra, haar man Berend Strik en hun zoontje Matthijs. Hier ontmoette zij ook Helma Zindel, een patiënte die al tien jaar in de kliniek woont. Besloten werd een tentoonstelling van Helma's werk in Het Vijfde Seizoen te organiseren. Haar zeer persoonlijke tekeningen en schilderijen samen met Alwine van Heemstra's tekst over haar keuze voor Helma Zindel gaven een prachtig beeld van hun ontmoeting. Bijna alle werken werden nog tijdens de opening verkocht aan medepatiënten, therapeuten en bezoekers. Een gedeelte van de verkoopopbrengst wordt besteed aan het realiseren van een patiëntenagenda, een lang gekoesterde wens van Helma. Zij vroeg Alwine van Heemstra hiervoor een concept te ontwikkelen. Deze stelde voor om samenwerkingsprojecten op te zetten tussen patiënten en prominenten uit de maatschappij. De resultaten van deze samenwerking zullen in de agenda te zien zijn. De agenda moet zowel voor patiënten als voor de buitenwereld aantrekkelijk worden en zal in 2004 gereed zijn. Als afscheid organiseerden Alwine van Heemstra en Berend Strik een discoavond met rappende patiënten en een drummende Strik.
IK ZAG HELMA VOOR HET EERST IN DE ZENDO. IK DACHT DAT ZIJ NIET PRAATTE. ZE MAAKTE WEL GELUID MET HAAR KRAKENDE LEREN JAS. BUITEN, TOEN IK TERUG LIEP NAAR HET VIJFDE SEIZOEN, ZAG IK HAAR IN DE VERTE STIL STAAN EN RUIKEN AAN EEN HERFSTBLOEM. DE KEER DAAROP IN DE ZENDO VIEL HET ME OP DAT ZE BEWOOG ALS EEN BALLERINA, HEEL LICHT OP HAAR TENEN. IK WILDE HAAR AANSPREKEN MAAR DURFDE DAT NIET. ZE LEEK ONBEREIKBAAR. DE KEER DAAROP DOORBRAK ZE DE STILTE. ZE MOEST HARDOP LACHEN IN ZICHZELF. TOEN DURFDE IK HAAR WAT TE ZEGGEN: OMDAT HAAR LACHEN MIJ VROLIJK MAAKTE.

Samen met architect Matthijs Bouw ontwierp Berend Strik een woning voor een identieke tweeling in Amerika, die lijdt aan het syndroom van Gilles de la Tourette. Tijdens zijn verblijf in Het Vijfde Seizoen ontwikkelde hij het project 'Jeltje', waarin hij verder onderzoek doet naar een architectuur voor mensen met een psychische stoornis. Jeltje is de naam van een gebouw dat wordt gesloopt. Hier voor in de plaats zou een gebouw ontworpen moeten worden dat perfect aansluit op de individuele behoeftes van de patiënten die hier permanent zullen verblijven en dat bovendien een rol kan spelen in de ontwikkeling van de architectuur. Op basis van gesprekken met de toekomstige bewoners ontwikkelde hij een programma van eisen. Het zogeheten startdocument dat hij voor dit project maakte, bestaat uit collages die de wensdromen van de patiënten verbeelden en uitspraken van patiënten over wonen. De kliniek ondersteunt het project.
SKOR is inmiddels niet meer betrokken bij de projecten in het Vijfde Seizoen, maar er verblijven nog steeds regelmatig kunstenaars. Zie www.vijfde-seizoen.nl
Stichting Kunst en Openbare Ruimte


















