auteur: Dantuma
De gemeente Dantumadeel kent een lange bestuurlijke geschiedenis, die in de dertiende eeuw begint. Aanvankelijk was Dantumadeel een van de vele rechtsgebieden die Friesland rijk was, later werd het een zogeheten Grietenij. Vanaf het midden van de negentiende werd Dantumadeel een gemeente, waarin diverse kleine gemeenten met elk afzonderlijk een sterke identiteit zijn opgenomen. Aan de hand van een aantal verzamelingen beschrijft de journalist en historicus Jouke Dantuma analoog aan het kunstwerk ‘Verzameling verzamelingen’ de bestuurlijke geschiedenis van Dantumadeel.
Jouke Dantuma
Bestuurlijke geschiedenis van Dantumadeel
Tekening de Schierstins van J. Stellingwerf uit 1724
Na het uiteenvallen van het Karolingische Rijk in 814 viel Friesland onder het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie dat geïnspireerd was op de mythe van het Romeinse keizerrijk. Dit keizerrijk besloeg een gebied dat zich uitstrekte van Friesland tot aan Italië, het koninkrijk Frankrijk was haar grootste opponent. De keizer benoemde graven om het bestuur namens hem uit te oefenen. Vanaf het begin van de 13e eeuw brak de periode van de zogenaamde ‘Friese Vrijheid’ aan. Omdat het leenstelsel in Friesland in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Graafschap Holland niet tot ontwikkeling kwam, hadden de Friezen veel invloed op hun eigen bestuur. In een oorkonde uit het jaar 1242 komt de naam Dantumadeel voor het eerst voor. Friesland bestond toen uit twee gewesten, Oostergo en Westergo. Oostergo was verdeeld in twee districten, die weer onderverdeeld waren in ‘delen’. Hiertoe behoorde ook Dantumadeel
De oorsprong van Dantumadeel als jurisdictie (rechtsgebied) ligt dus in het begin van de 13e eeuw. De aanleiding voor het ontstaan van gewesten, districten en delen moet worden gezocht in de behoefte van de Friezen om samen te werken bij het bestrijden van gemeenschappelijke vijanden. Friezen hadden er destijds twee: het water en de Hollanders. De oudste gemeenten lagen in Friesland aan zee en dus dicht bij het Graafschap Holland. Dantumadeel lag aan de Lauwerszee.
Pas na de komst van Thorbeckes gemeentewet van 1851 werd de benaming gemeente geïntroduceerd. Daarvoor stond Dantumadeel bekend als grietenij met een grietman aan het hoofd. Besturen binnen een grietenij bleef beperkt tot het uitvoeren van defensieve taken en het tot stand brengen van infrastructurele werken, zoals het aanleggen van dijken, gemalen, waterwegen. De Grietman was in feite een rechter. Deze rechtspraak stelde echter niet veel voor, omdat het geweldsmonopolie niet berustte bij de overheid, maar bij het volk.
In de volle middeleeuwen was Friesland een verzameling afgebakende rechtsgebieden. Analoog aan het kunstwerk van Arnoud Holleman kan de geschiedenis van het kleinste rechtsgebied, de ‘delen’, ook als een verzameling van verzamelingen beschreven worden. We zetten een paar verzamelingen op een rij.
Verzameling 1. De grondsoort.
De gemeente Dantumadeel bestaat uit een verzameling van grondsoorten. Van oudsher is de bebouwing geconcentreerd op een hoge zandrug. Ten zuiden hiervan bevinden zich de veengronden. Zowel hoog- als laagveen kwamen in Dantumadeel voor. Ten noorden van de zandkop is op de veenlaag een laag zware zeeklei gesedimenteerd. In dit gebied lagen de terpen. Deze verhogingen in het landschap waren noodzakelijk vanwege de bodemdaling en de stijgende zeespiegel.
Verzameling 2. De dorpen.
Vanuit de terpen begonnen in de negende- en tiende eeuw de grote ontginningen. Deze terpbewoners brachten het moerasachtige landschap dat Dantumadeel omzoomde, in cultuur. Aan een ontginningsas bouwden zij boerderijen. Nadat Angelsaksische- en Frankische zendelingen, onderwie Bonifatius, de heidense bewoners hadden bekeerd tot het Christendom werden er (houten) kerken gebouwd. Zo ontstonden de dorpen Driesum, Wouterswoude, Dantumawoude, Murmerwoude, Rinsumageest, Roodkerk, Johanneswâld en Eslawâld. De twee laatstgenoemde dorpen zijn omstreeks 1500 samengeklonterd tot Veenwouden. In 1971 besloot de gemeenteraad de dorpen Dantumawoude, Akkerwoude en Murmerwoude samen te voegen tot één groot dorp dat de naam Damwoude voortaan mocht voeren. De gehuchten Veenwoudsterwal en de Valom zijn nog voor de negentiende eeuw tijdens de turfafgraverij ontstaan. Op de minst aantrekkelijke heidevelden kwamen rond 1800 nederzettingen tot ontwikkeling. Hier vestigden zich veenarbeiders en handwerkslieden. Zo ontstonden de dorpen Zwaagwesteinde en Broeksterwoude. Broeksterwoude en de Valom zijn sinds 1964 zelfstandige dorpen. Tenslotte maakt het gehucht Sijbrandahuis nog deel uit van de gemeente. Het ligt als enige in het kleilandschap.
De gemeente Dantumadeel heeft in het verleden ook grondgebied en dorpen moeten afstaan. Het gebied rond Kollum lag voor 1350 in Dantumadeel. Aan de noordzijde heeft Dantumadeel veel grondgebied in moeten leveren aan de stad Dokkum. Ook bezat Dantumadeel grond boven de Dokkumer Ee. Tussen Dokkum en Sijbrandahuis liggen de Kegen en verderop duikt het terpdorp Janum op dat op 1 mei 1984 samen met Birdaard onder de hoede kwam van de gemeente Ferwerderadiel.
Verzameling 3. De politieke macht.
In de periode van de Friese Vrijheid lag de feitelijke macht bij de burger. Ieder vrij man had het recht- of juister de plicht - zijn ‘eer’ en zijn belangen te verdedigen door gebruik te maken van het zogenaamde veterecht. Alleen hoofdelingen konden zich dit geweldsmiddel permitteren. Hoofdelingen waren van oorsprong adellijke herenboeren, die op stinzen (verstrekte huizen) woonden. Een mooi voorbeeld daarvan is de uit de veertiende eeuw afkomstige Schierstins te Veenwouden. Verzoening tussen partijen betekende het einde van de vete en impliceerde bovendien een schadevergoeding.
De benoeming op 20 juli 1498 van Albrecht van Saksen als gubernator en potestaat van Friesland door de Roomse Keizer Maximiliaan, betekende een abrupt einde van de Friese Vrijheid. Het uitvoeren van opdrachten voor de vreemde machthebber was een degradatie voor het grietenijbestuur. De grietenijen moesten nu ook belastingen betalen aan het centraal gezag.
In 1515 nam Karel V de rechten van hertog George van Saksen, de opvolger en zoon van Albrecht, over. Omdat sommige Friezen hun heil zochten bij Karel van Gelre ontstond er een burgeroorlog. In die tijd stonden vaak twee grietmannen tegenover elkaar. In Dantumadeel was grietman Douwe van Donia voor de Geldersen, terwijl Syds Tjaerda aanhanger was van Karel V, die de Bourgondiërs vertegenwoordigde. Syds Tjaerda had de volmacht voor Dantumadeel en trad op als afgezant van de keizer en diens landvoogdes Maria van Bourgondië. Als vertrouwensman van de Friese edelen in zaken waar het ging om de oude Friese vrijheid en het Friese recht stond hij in hoog aanzien. Karel V volgde in 1520 zijn grootvader Maximiliaan op als keizer van het Heilige Roomse Rijk.
Na de opstand tegen Spanje kwamen in 1577 de Staten van Friesland aan de macht. Het stemrecht berustte vanaf dat moment bij zodanig geregistreerde boerderijen. De eigenaren van deze stemdragende boerderijen hadden onder andere het recht om namen voor te dragen voor bijvoorbeeld een grietman, bijzitters, een secretaris in de grietenij of een dorpsrechter in hun eigen dorp. Het patriciërsgeslacht Bergsma kon zo door het aankopen van tientallen stemdragende boerderijen jarenlang de bestuurlijke macht uitoefenen. Van de zestien boerderijen in Murmerwoude met stemrecht waren zeven in eigendom van Petrus Adrianus Bergsma. Door uitgekiend stemmenbezit bleven zo de belangrijkste politieke- en ambtelijke functies binnen één familie. Ook schoven de regenten elkaar of elkaars vriendjes de ambten toe. Zo was Petrus Adrianus Bergsma’s vader onder andere secretaris van Oost-Dongeradeel, volmachthebber naar de Staten van Friesland en dijkgraaf. Petrus Adrianus was advocaat in het Hof van Friesland en afgevaardigde naar de Friese Staten. Nadat hij in 1780 het ambt van secretaris van Dantumadeel aanvaardde, benoemde de Gedeputeerde Staten hem in 1782 tot grietman. Hij was zelf ook lid van de Gedeputeerde Staten en van de Admiraliteit. Daarnaast was hij dijkgraaf van Oost-Dongeradeel en belastingontvanger van Dantumadeel. Ook zijn zoon Jacob Johan Bergsma werd grietman van Dantumadeel en vervulde meerdere functies.
Na de Franse revolutie werd in 1795 het stemrecht een persoonlijk recht. De invloed van burgers op het bestuur nam toe door de steeds verdere verruiming van het kiesrecht.
De bestuurlijke geschiedenis van Dantumadeel leert ons dat degene die het meeste kapitaal bijeen bracht, de politieke macht in handen kreeg. Om het veterecht te kunnen voeren was in de tijd van de Friese Vrijheid kapitaal nodig om een eigen legertje in stand te houden. In de 17e en 18e eeuw was kapitaal een synoniem voor het
in bezit hebben van boerderijen waarop stemrecht rustte. De laatste honderdvijftig jaar is geldelijk kapitaal vervangen door bestuurlijk kapitaal, dat zich laat vertalen in het verzamelen van stemmen.
Afbeelding van Tjaerda state in Ringsumageest
Kaart Dokkumer Walden en omstreken, het oostertrimdeel aan het einde van de Middeleeuwen
Kaart grietenij Dantumadeel van Johannes Wellens en Jacob van Meurs (afkomstig uit: Beschrijfinghe van de Heerlijckheidt van Frieslandt tussen Flie en Lauewers) ongeveer 1656
Stichting Kunst en Openbare Ruimte