Dansende wolk boven het gras
Ann Veronica Janssens in De Geestgronden in Bennebroek
De Geestgronden, een instelling voor geestelijke gezondheidszorg, is gevestigd op een prachtig terrein in Bennebroek (NH). Deze afgezonderde plek aan de rand van de bossen werd in de jaren dertig gecreëerd. In overeenstemming met de opvattingen van de klassieke psychiatrie ontstond hier een op zichzelf staande kleine gemeenschap. Het terrein herbergt nog altijd wooneenheden, een keuken, een kerk, een brandweer, een ketelhuis, een watertoren, een tuingebouw en natuurlijk ook gebouwen met een medische functie. Veel is uitgevoerd in gematigde art-deco stijl, maar er zijn ook tal van latere toevoegingen. Op het terrein zijn twee waterpartijen aanwezig. De gebouwen dragen namen als Duinoord, Parkrand, Vogelenzang en Houtrust. Ginko biloba’s, taxussen, eiken, tulpenbomen en hortensia’s rijgen de verschillende paviljoens aaneen. De nieuwbouw van twee behandelcentra, Eickendonck en Westerhout, vormde de aanleiding voor de kunstopdracht. De Geestgronden voert een actief beleid om de beslotenheid van het park te doorbreken. Een deel van het terrein heeft in de jaren negentig bijvoorbeeld al plaats gemaakt voor appartementen bestemd voor niet-cliënten. Daarnaast worden maandelijks buitenactiviteiten georganiseerd, zoals muziek- en dansvoorstellingen, waarmee ook bezoekers van buitenaf worden aangetrokken. Het was direct duidelijk dat het kunstwerk zou moeten bijdragen aan het verlevendigen van het terrein. Aan de achterzijde is door de twee recente toevoegingen een losse carré-opstelling ontstaan. Een groot grasveld strekt zich uit tussen de kerk, de watertoren en de twee nieuwe gebouwen. Op deze plek zou een derde waterpartij niet misstaan.
Materialisering van kleur en licht
De Geestgronden vormt een veilige haven voor de patiënten. Het was dus niet wenselijk dat het kunstwerk te sterke impulsen zou uitlokken of onveilige situaties zou veroorzaken. Na enige omzwervingen werd Ann Veronica Janssens (1956, woont en werkt in Brussel) geselecteerd om binnen dit strikte kader te opereren. Middels sobere en subtiele interventies wijst zij ons op fenomenen en situaties die anders onopgemerkt voorbij gaan. Haar werk biedt een kortstondige blik op de ruimte ‘achter’ de waarneembare werkelijkheid. Het kunstwerk Fosfenen (1997) vat haar werk nog het best samen. Het bestaat uit een foto waarop twee mannen zijn afgebeeld die met hun vingertoppen op de gesloten oogleden drukken. Een tekst licht toe dat deze beweging gekleurde en lichtgevende patronen in de ogen doet verschijnen. Deze eenvoudige handeling, waarover eenieder zich als kind nog eindeloos verwonderde, opent een intrigerende wereld. Ook in haar ‘mistwerken’ laat Ann Veronica Janssens ons waarnemen op een wijze die we niet voor mogelijk hielden. Zij vulde witte museumzalen, gekleurde kasachtige gebouwtjes en theaterpodia met mist. Het effect van deze simpele ingreep is overweldigend. Het licht in deze ruimten wordt ineens gematerialiseerd. Licht wordt tastbaar, kleur krijgt vorm. Deze interventie breekt de conventies open die er bestaan rond waarneming en waarbij de combinatie oog-hersenen een overheersende rol speelt. De conventie is dat de informatie die het oog levert door de hersenen verwerkt en geïnterpreteerd wordt. Maar in de onpeilbare ruimten van Ann Veronica Janssens raken de hersenen verstomd zodat wordt overgeschakeld op het gevoel en de tastzin. ‘Kijken’ met deze zintuigen brengt een bijzondere sensatie teweeg.
Vrijheid tot interpretatie
In Bennebroek verlaat Ann Veronica Janssens de binnenruimte en laat ze de mist buiten ontsnappen. De gewenste waterpartij is geëvolueerd tot een witte, soms roze, wolk. Deze verschijnt enkele malen per dag onaangekondigd boven het grasveld. In enkele seconden zwelt ze aan om vervolgens over het terrein te zweven en op te lossen. Geen wolk is hetzelfde. Bij windstil en zonnig weer wordt een prachtige volle, gelaagde wolk gevormd. Op een sombere regenachtige dag, daarentegen, is het maar een ijl ding. De verschijning van de wolk in mist of boven een besneeuwd landschap biedt juist weer een feeërieke aanblik. Iedereen leest iets anders in de wolk. Het is “een mooi en mysterieus ding, maar wel vaag�, zegt de een, een “treurige wolk�, volgens een ander of “illustratief voor de Geest-gronden�. Eén bewoonster vertelt: “Dat is geen wolk, dat is een kunstwerk. Ik vind het niet leuk en onnodig. We worden de hele tijd al besproeid (...) door radioactieve golven en elektriciteit.� Weer iemand anders begint een technisch verhaal over hoe de wolk ontstaat. Dat er twintig, dertig kleine sproeikoppen in het gras zijn verstopt die waterdamp uitstoten. En hoe heerlijk fris het is om daar je gezicht in te steken. Sommigen hebben de wolk nog nooit gezien. Ann Veronica Janssens laat het aan de toeschouwer zelf over om er een interpretatie aan te geven. Of je nu je eigen stemming op de wolk projecteert, de wolk relateert aan de mysterieuze omgeving van het bos, de mystieke sfeer van de kerk, de spreekwoordelijke roze wolk of de wolk in verband brengt met het oeuvre van de kunstenaar, het kan allemaal.
Het is bijzonder dat een efemeer werk als dit buiten de museale context gerealiseerd kon worden en daarin ook functioneert. Als de wolk niet verschijnt, is er niets dat aan haar herinnert. Geen sokkel of naamplaatje, helemaal niets. Misschien neemt iedereen juist de vrijheid om erin te zien wat hij of zij wil doordat het niet is aangeduid en bestempeld als kunstwerk. Het label kunst maakt doorgaans een abrupt einde aan de gedachten, verwondering of onrust die een kunstwerk oproept. Zodra het is benoemd, wordt het werk als het ware onzichtbaar. De wolk ontsnapt aan deze valstrik.
Nanda Janssen (i.s.m. Mariska van den Berg)
Deze tekst verscheen in de publicatie Kunst als medicijn , SKOR Kunstprojecten deel twee.
Stichting Kunst en Openbare Ruimte













