Jorinde Seijdel, Redactioneel Vrijheid van cultuur

Vrijheid van cultuur
Regulering en privatisering van intellectueel eigendom en openbare ruimte
Door het toenemend aantal conflicten tussen het publieke en private met betrekking tot het eigenaarschap en het beheer van kennis en cultuur is het denken over het gemeenschappelijke binnen het publieke domein onder druk komen te staan. ‘Vrijheid van cultuur’ dringt zich op als urgente kwestie van juridisch en ethisch belang. In hoeverre kan cultuur en kennis vrij worden gedistribueerd, uitgewisseld of toegeëigend? En welke garantie is er voor plekken waar het gemeenschappelijke zich kan manifesteren en kan worden bediscussieerd?
In dit nummer van Open ligt de nadruk op vragen rond de privatisering van intellectueel eigendom en worden modellen getoond voor een alternatieve stedenbouwkundige praktijk, die de openbare ruimte haar publieke dimensie terug kan geven.
Er heeft zich de laatste tijd een politisering in het denken over het ‘gemeenschappelijke’ binnen het publieke domein voorgedaan. Deze verscherping van het debat komt voort uit een toenemend aantal conflicten tussen het publieke en private met betrekking tot het eigenaarschap en beheer van kennis en cultuur. ‘Vrijheid van cultuur’ dringt zich op als urgente kwestie van juridisch én ethisch belang: het gaat immers om de mate waarin cultuur en kennis vrij kunnen worden gedistribueerd, uitgewisseld of toegeëigend, en om de garantie van plekken waar de commons zich kunnen manifesteren en bediscussieerd kunnen worden.
Uitbreidingen van restrictieve wetgeving op het gebied van auteursrechten en intellectueel eigendom, alsmede het steeds ontoegankelijker worden van de technische architectuur van internet, de broncodes, zijn medeverantwoordelijk voor het ontstaan van onder meer de Free Software-beweging, Open Source-beweging, Libre Commons, Copyleft, Free Culture-beweging en Creative Commons. Projecten die qua politiek en filosofie alsmede qua gekozen strategie behoorlijk uiteenlopen, maar overeenkomstig hebben dat ze ‘free’ opvatten als “free as in free speech, not free beer’’. Het gaat met name de activisten niet louter om het bevechten van copyrights of het creëren van alternatieve licenties en vrije ruimten, maar om het verwezenlijken van een maatschappijvisie. Michael Hardt en Antonio Negri pleiten in hun boeken over macht en menigte in een geglobaliseerd tijdperk bijvoorbeeld voor een “open-source maatschappij, dat wil zeggen voor een maatschappij waarvan de broncode blootligt zodat iedereen samen kan werken om de bugs eruit te halen en nieuwe, betere sociale programma’s te creëren’’.
In de jaren zeventig en tachtig werden concepten als originaliteit, auteurschap en eigenaarschap in de kunst en filosofie al beproefd en werd appropriation een expliciete stijlfiguur. Vergeleken met de massale schaal waarop cultuur nu metterdaad toegeëigend en uitgewisseld wordt, mede mogelijk door de digitalisering, lijkt dit thans meer een symbolische, intellectuele en elitaire aangelegenheid, meer een artistieke operatie dan een sociale strategie. De huidige ‘vrije cultuur’ heeft echter als pendant een toenemende mate van regulering en controle, waarin sommigen de contouren zien van een ‘toestemmingscultuur’. Tegelijkertijd worden delen van de publieke cultuur steeds makkelijker uitbesteed aan particulieren (mecenassen, bedrijven, en dergelijke), die dientengevolge mede kunnen gaan bepalen wat vrijgegeven wordt of openbaar toegankelijk is.
In Open 12 wordt ingegaan op de gevolgen van deze ontwikkelingen voor de ‘vrije’ totstandkoming en uitwisseling van cultuur, de dynamiek van de kunst en de machtsverhoudingen in het publieke domein en de urbane ruimte. Er wordt gekeken naar de nieuwe beperkingen, maar ook naar nieuwe mogelijkheden. De nadruk ligt enerzijds op vragen rond de privatisering van intellectueel eigendom en anderzijds op de openbare ruimte als creatieve praktijk.
Stephan Wright vraagt zich in zijn essay af wat de toenemende privatisering van kennis inhoudt voor kunst als vorm van kennis. Brian Holmes gaat ook in op de privatisering van kennis, maar dan in relatie tot de gemeenschappelijke, technologisch bepaalde ruimte waarin taal en communicatie betekenis krijgen. McKenzie Wark, auteur van A Hacker Manifesto en Gamer Theory beschrijft het avontuur van zijn boekpublicaties in het licht van zijn eigen theorie. Joost Smiers bekritiseert het huidige auteursrechtsysteem en de belangrijkste alternatieven als General Public License en Creative Commons. Hij doet een voorstel voor een regeling waarin “aan iedereen datgene wordt teruggegeven dat tot het gemeenschappelijke behoort’’. Willem van Weelden bevraagt de effectiviteit van het activistische credo becoming minor in relatie tot de netkritiek op Lawrence Lessig en Creative Commons.
In 'Artistieke vrijheid en globalisering’ probeert Pascal Gielen de kunst weer een rol te geven die aanzet tot reflectie en pleit hij voor het creëren van een vrije zone waarbij globalisering in al zijn complexiteit geaccepteerd wordt. Maxine Kopsa interviewde de Britse kunstenaar Chris Evans over diens project Militant Bourgeois: An Existential Retreat, dat gericht is op het spanningsveld tussen het mecenaat, met name het steeds vaker bekritiseerde Nederlandse systeem van overheidssubsidies, en de hedendaagse productie van kunst. In de column stelt Arjen Mulder dat “een kunstenaar niet voortleeft in zijn oeuvre, maar in zijn vervalsingen’’.
Architect Dennis Kaspori maakte in samenwerking met kunstenaar Jeanne van Heeswijk een bijlage, getiteld ‘Gast≠vrij. Over gastvrijheid voor hetgeen nog moet komen’. Tegenover het discours van segregatie binnen de stedelijke ruimte stellen zij nieuwe modellen voor zorg en gastvrijheid, om een beter begrip te ontwikkelen van de fragiele situatie waarin de bewoners van de zogenaamde 'Zones Urbaines Sensibles' verkeren en te komen tot meer inclusieve vormen van stedelijkheid. Zij nodigden een aantal mensen, internationale bureaus en initiatieven uit, waaronder Jo van der Spek, M7Red, Transparadiso, vanuit hun eigen praktijk een visie te geven.
Swop Network draagt bij met Give Away in Circulation, waarin de notie van intellectueel eigendom uitgedaagd wordt. Kunstenaar Oliver Ressler maakte een speciale presentatie van zijn project Alternative Economics, Alternative Societies.
Stichting Kunst en Openbare Ruimte





