Een manier om deel te nemen aan het debat is om te infiltreren in je onderwerp zodat het lijkt alsof je erbij hoort en vervolgens te spelen met wat mensen daarbinnen verwachten.
How do artists guard or cross the line between art and real life?
The Yes Men bezoeken conferenties uit het overheids- en bedrijfsleven alsof ze experts zijn op het een of andere gebied. In hun lezingen doen ze vervolgens een uitzinnig idee uit de doeken, een idee dat serieus zou kunnen zijn maar op een goed moment over de grenzen van de betamelijkheid heen gaat. Nomeda & Gediminas Urbonas doen zich niet anders voor dan als kunstenaars. Door in hun projecten eenvoudige maar effectieve sociale structuren en organisatievormen te ontwikkelen grijpen ze direct in in de werkelijkheid. Hun werk richt zich met name op de overgang van Litouwen van een Sovietstaat naar een kapitalistisch systeem en vormt een combinatie van activistische kunst, protest en absurdisme. Hoe werkt dit vermengen van realiteit en fictie in de kunst? In welke vertogen grijpt deze praktijk in? En waar houdt voor de kunstenaar het echte leven op en begint de kunst – en andersom?
Mike Bonanno (Verenigde Staten, 1968) vormt samen met Andy Bichlbaum het activistische duo The Yes Men en woont en werkt in New York. The Yes Men hebben zich tot doel gesteld om mensen bewust te maken van wat zij beschouwen als de sociale problemen die worden veroorzaakt door onmenselijke praktijken in de zakenwereld. Ze hebben twee films gemaakt:
The Yes Men en
The Yes Men Fix the World. Bekende acties zijn onder meer een nep-editie van de New York Times waarin het einde van de oorlog in Irak wordt aangekondigd, een nep-website van George W. Bush waarin onsmakelijke details van de toenmalige presidentskandidaat worden uitgemeten en een valse aankondiging van de ontbinding van de Wereldhandelsorganisatie, die zich zal gaan concentreren op zorg voor de armen. Mike Bonanno studeerde Beeldende Kunsten aan de Universiteit van Californië in San Diego. Hij is tevens mede-oprichter van RTmark en betrokken bij het Center for Land Use Interpretation (CLUI). In 2003 kreeg hij een Guggenheim Fellowship toegekend voor een project dat draadloze technologie gebruikt om een nieuw medium te creëren voor het bekijken van zijn documentaire Grounded. Hij is universitair hoofddocent mediakunst aan het Rensselaer Polytechnic Institute.
Het artistieke onderzoek van
Nomeda & Gediminas Urbonas richt zich op het terugwinnen van de publieke cultuur, in het licht van de overweldigende privatisering. Hun complexe participatieve werken beginnen vaak met archiefonderzoek en bestuderen architectuur en de stedelijke omgeving, en cultureel en technologisch erfgoed. Parallel aan hun studie aan de kunstacademie van Vilnius zetten ze in de jaren negentig het onafhankelijke programma
Jutempus op, dat zich focust op de raakvlakken tussen sociale en artistieke praktijk en vragen stelt over de positie van hedendaagse kunst in (post-Sovjet-) samenleving. In 2005 leidden ze
Pro-Test Lab, een project waarin de grenzen tussen kunst, protest en maatschappelijk engagement worden afgeschaft. Begonnen als een case study over de afbraak van een bioscoopgebouw, groeide het uit tot een ruimte en een archief van verschillende vormen van protest (en juridische procedures) tegen de privatisering van de openbare ruimte. Nomeda en Gediminas Urbonas (1968/1966) voelen een verwantschap met Fluxus vanwege hun betrokkenheid bij de gemeenschap, hun ontkenning van het esthetische en hun speelse interventies in de openbare ruimte. Hun werk was te zien op verschillende internationale tentoonstellingen, zoals in Documenta11 in Kassel, het MACBA in Barcelona en het Ludwig Museum in Boedapest. In 2007 waren ze te zien in het Litouwse Paviljoen op de 52e Biënnale van Venetië.
ARTISTS IN PUBLIC is een initiatief van SKOR | Stichting Kunst en Openbare Ruimte en onderdeel van een uitgebreider publieksprogramma.