OPEN 2 Het Vijfde Seizoen

De psychiatrie vormt een dankbaar werkterrein voor kunstprojecten. Al sinds de oudheid is er sprake van een bijzondere relatie tussen kunst en psychiatrie. Veel vertegenwoordigers van kunststromingen in de twintigste eeuw hebben de scheppingen van geestelijke gestoorden hoog aangeslagen omdat deze uitblonken in authenticiteit. Ook bij het behandelend personeel in de psychiatrie blijkt over het algemeen een welwillende en open houding te bestaan ten aanzien van beeldende kunst. Waarschijnlijk heeft dit er mee te maken dat beeldende kunst goed in staat is om het moeilijk te verwoorden te verbeelden.

Eind jaren zestig, begin jaren zeventig vonden grote veranderingen plaats in de wijze waarop tegen psychiatrie werd aangekeken. Een groeiende wens om de geïsoleerde psychiatrische instellingen, vaak gesitueerd in lommerrijk groen, meer te integreren met de maatschappij noopten tot reorganisaties met ingrijpende bouwkundige gevolgen. Paviljoens werden afgestoten, ze werden gesloopt of kregen nieuwe bestemmingen. Deze ontwikkeling bood de kunst onvermoede uitdagingen. Sinds 1984 toen de regeling zorg- en volksgezondheidsprojecten van kracht werd, zijn met name in psychiatrische instellingen door het Praktijkbureau Beeldende Kunstopdrachten, de voorloper van SKOR, diverse interessante kunstprojecten gerealiseerd, die de wisselwerking tussen kunst en psychiatrie op verschillende niveaus tot uitdrukking hebben gebracht. Een van de eerste projecten die met bemiddeling van het Praktijkbureau tot stand werd gebracht is het project van Marlène Dumas voor diverse vestigingen van regionaal psychiatrisch Instituut het Hooghuys in Etten-Leur, Breda en Oosterhout. Zij maakte portretten in verf of brons, die zijn opgehangen in de publieke ruimten in de instellingen. De meeste van deze portretten zijn in nauw contact met de patiënten tot stand gekomen. Het zijn complexe en indringende portretten, die vaak een niet te definiëren identiteit weergeven.
Albert Goederond ging in de samenwerking met patiënten nog een stap verder. In het psychiatrisch ziekenhuis Brinkgreven in Deventer realiseerde hij een kunstproject, waarbij onder zijn begeleiding een kleine groep bewoners beelden van klei mocht maken, die later in brons werden afgegoten en opgesteld langs de paden in het omringende park. Drie maanden lang werd drie maal per week in een speciaal daartoe ingerichte ruimte gewerkt aan de beelden. Het romantische idee dat de kunstenaar voorstelt als bron van authenticiteit is hier naar de achtergrond verschoven ten gunste van het idee van de kunstenaar als iemand die zich openstelt voor het opvangen en verwerken van signalen die van buiten komen.
In de rijks psychiatrische inrichting De Groote Beek in Eindhoven zorgde de beeldende kunst er voor dat men zich beter bewust werd van de architectonische en ruimtelijke kwaliteit van de uit verschillende paviljoens bestaande inrichting op een parkachtig terrein. Vier kunstenaars kregen dan ook de schetsopdracht een paviljoen dat op de nominatie stond gesloopt te worden als materiaal te gebruiken voor het te realiseren kunstwerk. Met name de uitwerking van John Körmeling is interessant. Hij behandelde het gebouw als een patiënt; uiterlijk bleef het gebouw nagenoeg in tact, maar intern zou er flink aan worden ‘gesleuteld’. Groen TL-licht zou door de ramen naar buiten spatten, waardoor het introverte en gesloten gebouw als het ware zou worden opengebroken.
Deze voorbeelden maken duidelijk dat het kunstproject Het Vijfde Seizoen, waar kunstenaars telkens voor de duur van één seizoen op de Willem Arntsz Hoeve in Den Dolder kunnen wonen en werken, niet op zich zelf staat, maar een logisch vervolg is op eerdere kunstprojecten van het Praktijkbureau in psychiatrische instellingen.
In dit project is niet alleen een in architectonisch opzicht mooi paviljoen voor sloop behoed, maar heeft het ook een bestemming gekregen die beantwoordt aan de behoefte om de inrichting beter met de buitenwereld te integreren. Nieuw is echter dat Het Vijfde Seizoen door zich als een ‘artist in residence’ project op te stellen een ‘work in progress’ is geworden. Hiermee biedt het een nieuwe mogelijkheid om de relatie tussen kunst en psychiatrie verder te ontwikkelen.